Toelichting

Norm ISO 9650 betreft nieuwe internationale regelgeving welke in maart 2005 van kracht is geworden en formele eisen stelt aan reddingvlotten aan boord van pleziervaartuigen.

Hierin worden zeer expliciet de uitvoering, technische specificaties en gebruikte constructie-materialen van reddingvlotten beschreven. De regels gelden voor alle plezier-jachten tot 24 meter (78 ft). Deze regels zijn echter nog niet in ieder land verplicht gesteld.

ISO 9650 norm

Vaargebeid Offshore : type I Reddingsvlotten (ISO 9650-1)


Reddingvlotten ontworpen voor lange zeereizen waar omstandigheden met veel wind verwacht kunnen worden, gecombineerd met .... uitzonderlijke golfhoogten (uitgezonderd ... uitzonderlijke omstandigheden als orkanen).

ISO 9650-1 reddingvlotten zijn weer onderverdeeld in 2 groepen (A en B) naar gelang de temperatuur van het vaargebied.


  • Groep A : reddingvlotten die ontworpen zijn om in een temperatuurbereik van -15°C tot +65°C te worden geactiveerd. Deze zijn bovendien uitgevoerd met een isolerende dubbele bodem.

  • Groep B : reddingvlotten die ontworpen zijn om in een temperatuurbereik van 0°C tot +65°C te worden geactiveerd. Deze zijn uitgevoerd met een enkele bodem. Reddingvlotten worden uitgevoerd met 2 verschillende soorten veiligheidsuitrusting. Dit is afhankelijk van de verwachte tijdsduur die de drenkeling in het vlot zal verblijven voordat hij gered zal worden.

  • Nood-veiligheidsuitrusting : Reddingdiensten kunnen worden verwacht na 24 uur.

  • Standaard-veiligheidsuitrusting : Reddingdiensten kunnen worden verwacht binnen 24 uur.

Vaargebied Coastal : type II Reddingvlotten (ISO 9650-2)


Reddingvlotten ontworpen voor gebieden met gematigde weersomstandigheden, Zoals kustwateren, baaien, grote binnenwateren, riviermondingen, rivieren en meren.

ISO 9650-2 reddingvlotten zijn ontworpen om in een temperatuurbereik van 0°C tot +65°C te worden geactiveerd en zijn uitgevoerd met een enkele bodem en een Standaardveiligheidsuitrusting.



De nieuwe ISO norm stelt eisen voor wat betreft de opblaas-prestaties, wijze van lanceren, sterkte, drijfvermogen en binnenruimte. Bijzondere nadruk ligt op:


  • Aan boord klimmen
    Iemand met zware (natte) zeilkleding en een opgeblazen reddingvest moet in staat zijn om zelfstandig in vlot te klimmen. Om hieraan te voldoen heeft Plastimo een speciale omkeerbare ladder ontworpen en een grijplus aan de binnenzijde om het aan boord gaan te vergemakkelijken. Dit systeem maakt het mogelijk om jezelf omhoog te trekken en vervolgens gemakkelijk in het vlot te komen. In het geval dat het reddingvlot ondersteboven wordt opgeblazen, zal de ladder gewoonweg omkeren waardoor de drenkeling gemakkelijk op het gekapseisde vlot kan klimmen om het om te keren (m.b.v. de speciale voorziening hiervoor).

  • Stabiliteit
    Een groot aantal ballastzakken met groot volume (220 liter minimaal) zorgt voor betere stabiliteit.

  • Zichtbaarheid
    4.3 Cand. noodlicht op ISO 9650-1 en 0.75 Cand. op ISO 9650-2 ; 1500 cm2 licht-reflecterende tapes. Bovendien zijn Plastimo reddingvlotten uitgevoerd met een fluorescerende oranje tent voor extra goede zichtbaarheid.